Je zou zeggen dat ‘gezellig’ een Nederlands woord is…

De troonrede van Paulina Chromik

 

De 29-jarige Paulina Chromik is in de race om Pool van het Jaarte worden. De Moerwijkse heeft namelijk laten zien dat hard werken loont. Tegelijkertijd heeft ze gemerkt dat ze door alle drukte niet in de gaten heeft gehad dat er in Moerwijk veel mensen zijn die net als zij waarde hechten aan vriendschappen in de buurt.


Paulina groeide op in het zuiden van Polen, vlakbij de grens van Tsjechië en Slowakije. Voor haar studie ‘internationale betrekkingen’ verruilde ze haar geboorteplaats voor Krakau, de tweede stad van Polen. Tijdens een groot Europees congres dat Paulina organiseerde, leerde ze haar man, Maarten, kennen. Die studeerde in Enschede waarop Paulina besloot een tijdje in Nederland te gaan studeren. Na haar afstuderen in Polen keerde ze terug naar Nederland. “Ik kende de taal helemaal niet, dat was in het begin best moeilijk. Maar toen ik wist dat ik samen met Maarten in Nederland een leven zou opbouwen, ben ik hard gaan studeren. Acht maanden heb ik geblokt, waarna ik het hoogste staatsexamen heb gehaald”.

‘Ik vind Moerwijk een heel prettige wijk met veel groen’

Daarmee kon Paulina’s toekomst in Nederland beginnen. Ze zocht een baan en vond die bij de Rijksoverheid. Heen-en-weer pendelen tussen Enschede en Den Haag leek haar niets en daarom was een huis in de hofstad gewenst. “Van Den Haag wist ik niet veel, ik moest afgaan op wat mensen ons vertelden. Uiteindelijk hebben we gekozen voor een huis aan de Troelstrakade, al vroeg onze makelaar wel een paar keer of we het zeker wisten. Ik snapte niet zo goed waarom: ik vind Moerwijk een heel prettige wijk met veel groen. Je kunt dus wel zeggen dat de liefde me in Moerwijk heeft gebracht”.

Van haar directe omgeving kreeg ze tijdens haar eerste Haagse jaren weinig mee. Paulina was druk met werk en zette zich daarnaast als vrijwilliger in voor de Poolse gemeenschap in Den Haag. Die telt ruim 30.000 mensen. “Dat zijn veelal seizoensarbeiders, mensen die als enige doel hebben hier geld te verdienen. In Polen is geen werk voor ze, zelfs niet als ze een opleiding hebben. Tijdens hun verblijf in Nederland proberen ze zoveel mogelijk geld te sparen om mee terug te nemen naar Polen. Om kosten te delen, wonen ze vaak met een hele groep in een huis. Naast ons woonden ook een tijdje Poolse mensen, al wist niet wie en met hoeveel ze waren”.

Blijvertje

In tegenstelling tot hen is Paulina vastbesloten in Nederland te blijven. Nu ze een vaste baan heeft, wil ze meer doen voor haar omgeving. “Het heeft veel energie gekost om te bewijzen dat ik een goede ambtenaar ben, maar het is me gelukt! Binnen de Poolse cultuur zijn familie en vriendschappen veel waard, maar doordat collega’s van me her en der in het land wonen – en het Nederlanders zijn met drukke agenda’s – blijkt het best lastig om vriendschappen op te bouwen. Je zou zeggen dat ‘gezellig’ een Nederlands woord is maar in de praktijk is dat niet altijd zo…”.

‘Het lijkt soms wel alsof Moerwijk het vergeten kindje is’

Plekken

Om nieuwe mensen te leren kennen, is Paulina actief geworden in Moerwijk. Ze hielp mee bij de organisatie van het festival Vier de Natuur. “Zo heb ik veel nieuwe mensen en plekken in de wijk leren kennen. Ik heb gemerkt dat er veel personen zijn die samen iets willen doen en ontdekt dat er genoeg gebouwen, zoals kerken, zijn die kunnen worden gebruikt voor activiteiten. Ik denk dat die vaak nog onzichtbaar zijn voor mensen waardoor Moerwijkers niet weten hoe eenvoudig het kan zijn om een plek voor een evenement te vinden”.

Alhoewel de plekken voor activiteiten en evenementen in Paulina’s ogen van goede kwaliteit zijn, vindt ze wel dat de woningen daarbij achterblijven. Ze zou graag meer renovatie en betaalbare nieuwbouw, ook in de vrije huursector, zien in haar wijk. Dat is volgens haar voor de bewoners én de beleving van Moerwijk belangrijk. “Als je door andere delen van de stad naar Moerwijk rijdt, lijkt het soms wel alsof Moerwijk het vergeten kindje is. Ik vind het wel heel goed dat er wordt ingezet op het samenbrengen van mensen. Want wanneer je elkaar kent, kun je elkaar ook vertrouwen. Het zorgt ervoor dat de wijk minder ‘anoniem’ aanvoelt”.

Fotografie: Roos Koole

Royal Urban

Make-over

Voor deze eerste koninklijke editie van de Moerwijk Make-over ging stylist Arie van der Lee samen met buurvrouwen én hartsvriendinnen Sita Ganesh en Angelique Landmeter op pad voor een nieuwe look. Kleding en accessoires voor deze echte Moerwijkse vamps werden onder andere gevonden op het statige Noordeinde, maar ook in dé winkelpassage van Moerwijk: de Betje Wolffstraat.

Met medewerking van Hanar Faris van kapsalon HIWA en make-up-artists Zouhair Benkabbo en Maico Kemper creëerde Arie een unieke look voor Angelique en Sita. “Beiden zijn stoere vrouwen die laten zien dat stoerheid perfect samengaat met klasse en vrouwelijkheid. Het enige wat nog ontbreekt zijn de hoeden. Dan zouden ze zo naar Prinsjesdag kunnen!”, aldus Arie.

MijnMoerwijk Magazine Fashion Royal Urban Make Over2 - Royal Urban

Angelique

Blouse (Wibra, €9,99)
Rok (H&M, €9,99)
Jas (TanQs, €44,95)
Schoenen (van model zelf)
Oorbellen (Milano Juwelier, €55)
Ketting lang (Milano Juwelier, €139)
Ketting Kort (Milano Juwelier, €37)

Sita

Top (H&M, €19,99)
Rok (H&M, €49,99)
Schoenen (van model zelf)
Ring (Milano Juwelier, €99)
Oorbellen (Milano Juwelier, €49)

Adressen
Wibra Betje Wolffstraat 257-265, 2533 HM Den Haag
Milano Juwelier Betje Wolfstraat 264, 2533 HW Den Haag
TanQs Noordeinde 13, 2514 GB Den Haag
H&M Wagenstraat 3, 2511 AP Den Haag
Kapsalon HIWA Heeswijkplein 19, 2531 HC Den Haag
Fotografie: Roos Koole

Prinses Irene viert de natuur in Moerwijk

Met Vier de Natuur heeft Moerwijk een eigenwijze draai gegeven aan het internationale natuurfestival Fête de la Nature. Prinses Irene, die het festival naar Nederland heeft gehaald, is blij te zien dat het evenement al veel heeft losgemaakt in Moerwijk. Ze kwam dit jaar persoonlijk langs om poolshoogte te nemen. “Het grappige was dat mensen aan mij gingen uitleggen hoe belangrijk de natuur is”.


Alhoewel veel festivals in de buitenlucht plaatsvinden, zijn er maar weinig die zo één zijn met de natuur als Vier de Natuur. Dat is dan ook met recht een buitengewoon festival te noemen, want het groen is namelijk veel meer dan decor: het beleven van de natuur is immers het belangrijkste programmaonderdeel. Zo is dit jaar nog maar eens gebleken in Moerwijk waar buurtbewoners op 23 en 24 mei met elkaar tuinen en parken in gingen om te wandelen, te ontdekken en te proeven. Eigenlijk precies zoals prinses Irene altijd voor ogen heeft gehad. “Toen ik in Zwitserland dit festival, dat oorspronkelijke een Frans initiatief is, meemaakte dacht ik: dit moét ook naar Nederland. Er is namelijk steeds minder groen en er zijn veel mensen die nooit in een bos of in park komen terwijl de natuur juist ontzettend veel te bieden heeft”, aldus de prinses.

Al jaren zet prinses Irene zich vol overgave in om de belangstelling voor duurzaamheid en natuur te vergroten. Haar stichting NatuurCollege zorgde er vorig jaar voor dat het natuurfestival naar Nederland kwam. Op tal van plekken in het land werden activiteiten georganiseerd door enthousiaste natuurliefhebbers. Ook in Moerwijk waar NatuurCollege samenwerkte met Den Haag in Transitie. Prinses Irene: “Als ik naar Moerwijk kijk, zie ik veel hoge flats met weinig groen, maar het is goed om te zien dat op het kleine beetje groen dat er is veel gebeurt. Dat kan bijdragen aan een harmonieuzere samenleving. Door samen in de natuur te zijn, worden verschillen namelijk anders en kun je elkaar op een andere manier leren kennen”.

‘Door samen in de natuur te zijn, worden verschillen anders’

Proeftuin

Om met eigen ogen te zien wat het festival in Moerwijk heeft losgemaakt, bracht de prinses dit jaar opnieuw een bezoek aan Moerwijk. “Ik had gehoord dat er een interculturele moestuin was aangelegd, die heb ik onder andere bezocht. Het grappige was dat mensen er aan mij gingen uitleggen hoe belangrijk de natuur is. Dat geeft wel aan dat er iets in gang is gezet en dat het bewustzijn over de natuur meer is gaan leven. Daar doe ik het voor”, klinkt het opgewekt.

‘Niets moet, alles kan en mag’

Moerwijk is voor de prinses een sprekend voorbeeld van hoe het festival erin slaagt om de ogen van mensen te openen voor iets dat vanzelfsprekend lijkt. “Ik heb begrepen dat er in binnentuinen nieuwe moestuinen worden aangelegd. Dat vind ik een heel mooie ontwikkeling, want daardoor gaan mensen zien dat de natuur bijvoorbeeld groente en fruit brengt. Ook gaan mensen samenwerken, dat leidt allemaal tot een prettiger klimaat”.

Met belangstelling zal de prinses groene ontwikkeling van Moerwijk blijven volgen. Of ze ook in 2016 een bezoek brengt aan Moerwijk tijdens Vier de Natuur laat ze nog even in het midden. In andere Nederlandse gemeenten worden namelijk steeds meer activiteiten georganiseerd. “Het is een groeiend festival. De kracht zit hem er misschien wel in dat het heel vrijblijvend is. Niets moet, alles kan en mag. Dat laagdrempelige maakt dat mensen uit alle lagen van de samenleving zich uitgenodigd voelen om de natuur te ontdekken en samen naar buiten gaan om de natuur te vieren”.

Meer info

www.fetedelanature.nl
www.facebook.com/vierdenatuur

Fotografie: Dorothea Pace

Ik wil het geloof houden dat het anders kan

De troonrede van Anneriet Rueck

Anneriet Rueck (62) heeft al het nodige gezien en meegemaakt. Uit eigen ervaring weet ze hoe belangrijk het is dat kinderen aandacht en zorg krijgen en leren dat niet alles hoeft te blijven zoals het is. Dat geldt volgens haar ook voor Moerwijk waar ‘de knop’ om moet én kan.


 

Heel bewust heeft Anneriet vijf jaar geleden ervoor gekozen met haar man Willem naar Moerwijk te verhuizen. Op de veertiende etage van een flat in het Willem Dreespark heeft ze het prima naar haar zin. Bovendien heeft ze een uitzicht om ‘u’ tegen te zeggen. Aan de ene kant ziet ze de haven van Pernis, de andere zijde toont zo’n beetje de hele skyline van Den Haag. “Ik heb eigenlijk altijd in zulke wijken gewoond, in de Schilderswijk en Transvaal. Natuurlijk gaat het er in de Vogelwijk of Marlot anders aan toe, maar ik wil affiniteit houden met mensen. Dat heb je naar mijn idee meer in wijken als Moerwijk en de Schilderswijk”.

‘Deze wijk is niet minder dan andere, dat zouden alleen meer mensen zo moeten gaan voelen’

Anneriet werkt ruim veertig jaar in de zorg. Eerst als gezinshulp, later als bejaardenverzorgster. Vijftien jaar geleden is ze daarmee gestopt. Het werk werd fysiek te zwaar. Sindsdien ontfermt ze zich als thuisbegeleider over ‘mensen met problemen’. “Dat kunnen verslaafden zijn of iemand anders die zichzelf helemaal verwaarloost. Ik help ze met dagelijkse dingen als de administratie. Mentaal is dat best zwaar, toch ervaar ik dat niet zo. Ik vind het heel fijn om te zien wanneer het iemand lukt zijn leven op de rails te krijgen. Al is het soms ook een kwestie van voorkomen dat iemands situatie verslechtert. Ook dat is de moeite waard”.

Haar voorliefde voor het werken met kinderen is Anneriet nooit kwijtgeraakt. In de wijken waar ze woonde, deed ze naast haar baan veel aan vrijwilligerswerk in buurthuizen. “We namen kinderen mee op kamp. Soms mochten Marokkaanse en Turkse kinderen niet mee, maar daar liet ik het niet bij zitten. Ik ging bij die gezinnen langs om te proberen de kinderen toch mee te krijgen omdat ik het belangrijk vond dat ze met andere kinderen een leuke tijd zouden hebben. Zo ontstond een club. Elke week organiseerden we minstens één activiteit voor de kinderen. We gingen bijvoorbeeld met ze knutselen, schaatsen en zwemmen. Allemaal met als doel te laten zien dat er meer is in de wereld en dat je je kunt ontwikkelen”.

Omslag

Nog altijd krijgt Anneriet reacties op die activiteiten, via Facebook en op straat. “Daar zaten soms echt schoffies bij, maar het is heel leuk om te horen dat ze er nog steeds met veel plezier aan terugdenken. Laatst kwam ik een jongen tegen, inmiddels zelf vader, die tegenwoordig opbouwwerker is. Bij hem is de knop omgegaan, daar ben ik heel blij om”.

Zo’n ommekeer wenst Anneriet ook Moerwijk toe. “Mensen hier hebben veel commentaar en op sommige punten snap ik dat ook. Als ik in Loosduinen kom, waar ik werk, zie ik dat straten en plantsoenen er veel beter worden schoongemaakt. Waarom kan dat niet ook in Moerwijk? Het effect is namelijk dat het erger wordt. Deze wijk is niet minder dan andere, dat zouden alleen meer mensen zo moeten gaan voelen”.

Het minderwaardigheidscomplex dat Anneriet schetst, kan volgens haar het beste met optimisme worden bestreden. “Wat dat betreft ben ik best een softie… Ik ben absoluut geen wereldverbeteraar, maar ik wil geloof houden dat het ook anders kan, dat Moerwijk kan veranderen”.

Een van de punten waar Anneriet zich hard voor maakt, is dat Moerwijkers op een socialere manier met elkaar samenleven. Dat merken ook de medebewoners van haar flat. “Ik vind het belangrijk dat je op een normale manier met elkaar omgaat. Natuurlijk hoef je als buren niet de deur bij elkaar plat te lopen, maar je moet er wel voor elkaar zijn. Zo had mijn Marokkaanse buurvrouw een tijdje terug paniek omdat ze zonder licht zat waarop ik besloot naar haar toe te gaan om haar te kalmeren. Daar zijn we nou buren voor! Ook ben ik iemand die iedereen groet die ik in de lift tegenkom. Sommigen schrikken daarvan, maar ik blijf het doen: op een gegeven moment zeggen mensen ook gedag terug!”.

‘In de lift blijf ik iedereen groeten: Op een gegeven moment zeggen mensen ook gedag terug!’

Fotografie: Roos Koole

Ik wil dat de Moerwijker lekkerder in zijn vel komt te zitten

De troonrede van Edu van Deursen

De ondernemersgeest van Edu van Deursen maakt nog altijd overuren, ook al is hij gepensioneerd. In zijn huidige rol als voorzitter van korfbalvereniging HKV/Ons Eibernest wil hij wat terugdoen voor de wijk waar hij als kind veel plezier beleefde. Zijn doel is duidelijk: Moerwijk moet in beweging komen.


In de jaren ’60 verhuisde Edu als achtjarige met zijn ouders naar Moerwijk. “Dat was een tijd dat iedereen nog op straat was, de huisjes waren ook klein. Ouderen, maar ook kinderen die op straat voetbalden en kattenkwaad uithaalden. Ik deed daar vrolijk aan mee. Ik was veel op straat en voetbalde op de schoolpleinen. Wij sportten veel en vliegerden in het Zuiderpark. Het was een gezellige volkse wijk waar eigenlijk de eerste oranjegekte heerste zoals we die tegenwoordig kennen. Ik weet nog goed dat er tijdens het WK Voetbal van 1974 overal op straat tv’s stonden; samen keken we naar het Nederlands Elftal”.

‘Het was een gezellige volkse wijk waar de eerste oranjegekte heerste’

Door toeval belandde Edu in die jaren bij de Moerwijkse korfbalvereniging Ons Eibernest dat toen nog tussen de Sara Burgerhartweg en de Aagje Dekenlaan was gevestigd. “Ik was helemaal niet van plan om op korfbal te gaan, maar ik liep een keertje langs toen ze vroegen of ik mee wilde doen. Ze kwamen iemand tekort. Het was in die tijd korfbal of voetbal”.

Ons Eibernest was volgens Edu indertijd ‘het Ajax van het korfbal’ en won prijs na prijs. “Het was een vereniging om trots op te zijn en dat is het nog steeds. We hebben 300 leden en werken we met 100 vrijwilligers. Dat is best een prestatie, zeker nu”.

Omzwervingen

Bij zijn club vertrok Edu op twintigjarige leeftijd. Hij verhuisde uit Moerwijk en zou gaan spelen voor rivaal PAMS. Maar daar kwam jarenlang niet veel van. “Ik kreeg een baan bij een ICT-bedrijf en heb me daar opgewerkt tot het niveau dat ik 80 uur per week werkte. Op een gegeven moment was ik verantwoordelijk voor alle activiteiten van het bedrijf in Europa. Den Haag zag ik die jaren vooral vanuit het vliegtuig als ik er overheen vloog”.

In 2005 besloot Edu dat het wel welletjes was. Hij stopte bij het ICT-bedrijf en maakte zich op een voor een rustigere tijd. Maar stilzitten bleek niet helemaal aan hem besteed. Al rap vond Edu in zijn oude thuisbasis Moerwijk een nieuwe uitdaging: hij werd voorzitter van Ons Eibernest dat in de jaren negentig fuseerde met de Haagse Korfbalvereniging ‘Voorwaarts’ (HKV) en naar een locatie aan de Steenwijklaan in Morgenstond was verhuisd. Vanaf dat scharnierpunt probeert Edu zowel Moerwijkers als Morgenstonders in beweging te brengen. “De grens tussen die wijken ziet niemand eigenlijk. Alleen de gemeente”, aldus Edu.

Ambities

In de sporthal aan de Steenwijklaan zag de ondernemer wel potentieel. “Het is de oudste van het land, maar om geschikt te zijn als ‘sportief buurthuis van de toekomst’ moesten we wel flink verbouwen. We wilden dat er bij onze accommodatie verschillende sporten konden worden gedaan, binnen én buiten. Voor ouderen, maar ook voor jongeren en leerlingen van de scholen in de buurt”.

Met het gerenoveerde sportcomplex wil Edu de buurtbewoners letterlijk en figuurlijk in beweging brengen. “Het is een plek om te ontmoeten, bovenal om te sporten. Het aantal mensen dat aan sport doet in Zuid-West ligt beduidend lager dan in de rest van Den Haag, dat moet veranderen. Ik wil dat Moerwijk lekkerder in zijn vel komt te zitten… Dat is voor ons als vereniging goed, maar ook voor de gezondheid van de mensen. Het levert een win-winsituatie op”.

Speciaal voor senioren is Edu in samenwerking met allerlei organisaties gestart met sportieve activiteiten voor ouderen. “Het liefst zie ik ze allemaal komen. Het is leuk om iets voor vijf man te doen, maar dat is niet mijn stiel. De ambitie is om hier door te groeien tot een paar honderd man die lekker aan de slag gaan. Dat is ook het leukst voor iedereen: gedeelde smart is halve smart!”.

‘Dat is ook het leukst voor iedereen: gedeelde smart is halve smart!’

Fotografie: Roos Koole

Veel kinderen wonen naast elkaar, maar kennen elkaar niet

De troonrede van Yasmine Qountich

Yasmine Qountich is de jongste Moerwijker met een troonrede. Als woordvoerder van de Kinderraad Moerwijk neemt ze het op voor de kinderen in haar wijk. Voor die groep wil ze meer leuke speelplekken dichtbij hun huizen zodat er vaker samen kan worden gespeeld.


Yasmine woont haar hele leven in Moerwijk. Dat is inmiddels alweer 13 jaar. Als oudste dochter van het gezin probeert ze haar broertje Mohamed (7) en zusje Racha (3) te laten zien dat leren leuk is en dat het voor de toekomst belangrijk is. “Op de basisschool was ik helemaal niet zo bezig met ‘later’, dat is inmiddels wel veranderd. Nu weet ik dat ik mijn best wil doen, voor mezelf”.

Yasmine heeft de smaak van het leren te pakken gekregen en dat heeft meteen resultaat gehad. Van vmbo-t maakt ze de overstap naar een havo-klas. “Het eerste jaar op de middelbare school was best wel zwaar. Ik was vroeger niet goed in ‘woordenschat’ en begrijpend lezen, maar dat is gelukkig anders geworden. Ik weet eigenlijk niet waarom, misschien omdat ik nu pas besef dat leren belangrijk voor me is. Voor een betere toekomst”.

Een concreet doel heeft Yasmine nog niet voor zichzelf gesteld. “Ik vind talen leuk, daar ben ik nu ook best goed in. Maar we moesten bijvoorbeeld ook een flipperkast maken dit jaar. Ik snapte niet goed waarom en vond het ook niet zo leuk… Wat ik later wil worden, weet ik echt nog niet. Mijn ouders zijn in elk geval heel blij en trots dat het goed gaat op school. Volgens mijn vader is het ’t mooiste cadeau dat ik mijn best blijf doen. Niet voor hem, maar omdat ik het zelf wil”.

‘Kinderen bij ons in de buurt gaan eigenlijk niet zo vaak naar buiten’

Wiebelding

Door alle studie-uren is Yasmine weinig aan spelen toegekomen. Daarbij was ze ook druk als vrijwilliger in de Kinderwinkel waar ze andere kinderen met huiswerk hielp. Daarvoor kreeg Yasmine een Haags Jeugdlintje. “Vriendinnetjes vroegen me wel of ik ook naar buiten kwam, maar vaak kwam ik moe thuis of had ik huiswerk. Kinderen bij ons in de buurt gaan eigenlijk niet zo vaak naar buiten: in onze tuin bij de Van Baerlestraat heb je twee schommels en zo’n wiebelding (een wipkip gemaakt met een brommer-onderdeel, red.) en verder alleen maar groen. Voor oudere kinderen zoals ik is er niet veel te doen”.

De tuin mag van Yasmine dus wel een opknapbeurt krijgen. Maar ze weet dat er ook buren zijn die bang zijn dat de jongeren voor overlast zullen zorgen. Daar is Yasmine niet op uit; zij wil vooral dat de nieuwe generatie Moerwijkers meer met elkaar gaat samendoen. “Veel kinderen wonen naast elkaar, maar kennen elkaar niet. Ook is het zo dat kinderen van hun ouders niet naar pleintjes in de wijk mogen vanwege het drukke verkeer en de grotere jongens. Ik zou het daarom fijn vinden als er dichtbij de huizen waar kinderen wonen leuke plekken zijn waardoor kinderen meer met elkaar kunnen buitenspelen”.

Nachtmannen

Iets anders dat Yasmine graag opgelost ziet, is de overlast die ‘de mannen in de nacht’ veroorzaken. “Ik ga niet zomaar over mensen oordelen, dat wil ik niet, maar als ik heel eerlijk ben, vind ik het soms best een beetje eng in de wijk. Laatst hebben ze dure spullen gestolen uit de auto van mijn vader. Dat is hem wel vaker overkomen en hij is niet de enige. Het zijn niet alleen auto’s waarin wordt ingebroken, ook bij winkels gebeurt het. Dat maakt dat het wel gevaarlijk is hier…”.

Desondanks blijft Yasmine het liefst nog jaren in Moerwijk wonen. Maar of dat op de plek is waar ze nu woont? “We hebben een huis met drie kamers en zijn met z’n vijven. Dat is best krap. We zouden dus best een iets grotere woning willen, het liefst in de buurt van waar we nu wonen. Hier hebben mijn ouders vrienden en bekenden, we kennen de plekken en weten in Moerwijk de weg. Mijn moeder zegt dat als je ergens anders naartoe gaat, je weer helemaal opnieuw moet beginnen terwijl we thuis zijn in Moerwijk. Daar ben ik het wel mee eens”.

‘Als ik heel eerlijk ben, vind ik het soms best een beetje eng in de wijk’

Fotografie: Roos Koole

Succes is niet afhankelijk van waar je woont

De troonrede van Martin Muamba

Als puber ontvluchtte Martin Muamba (28) zijn thuisland Congo en kwam hij uiteindelijk terecht in Moerwijk. Ruim 6000 kilometer van zijn geboortegrond vandaan zou Martin graag zijn toekomst opbouwen. In Moerwijk kan volgens hem namelijk iedereen succes hebben.

Inmiddels woont Martin alweer veertien jaar in Nederland. Zijn ouders die in Congo achterbleven, heeft hij net als zijn thuisland nooit teruggezien. Het regime vond dat zijn vader dingen deed die niet mochten. Over wat er precies is gebeurd, spreekt Martin liever niet. Hij beschrijft het als een ‘verschrikkelijke gebeurtenis’. “Een vriend van mijn vader besloot me naar een plek te brengen waar ik veilig zou zijn. Hij hielp me vluchten, dat was voor hem ook gevaarlijk. Ik kwam in Nederland terecht, eerst in een asielzoekerscentrum. Daar heb ik een jaar gewacht om te weten naar welk opbouwhuis ik zou gaan”.

‘Het liefst blijf ik in Moerwijk. Het is weliswaar geen paradijs, maar ik voel me er inmiddels wel thuis’

Aanvankelijk werd de asielprocedure afgewezen. Na een beroepszaak kreeg Martin alsnog de AMA-status voor minderjarige asielzoekers, waarna hij onderdak kreeg in een opvanghuis. In plaats van op straat rond te hangen, koos Martin voor een andere tijdsbesteding. “Ik begon veel boeken te lezen, over verschillende culturen. Het was een van de weinige dingen die ik kon doen. Ook besloot ik dat ik per se de Nederlandse taal wilde leren, omdat ik het als een verplichting zag door te studeren. Willem Kramer van Vluchtelingenwerk heeft me daar ontzettend bij geholpen. Hij gaf me woordenboeken en we spraken een paar keer per week af zodat ik Nederlands zou praten”.

Ondernemerschap

Die inspanningen hebben hoorbaar resultaat gehad. Al klinkt zijn moederstaal Frans door in elk woord dat hij uitspreekt, in het Nederlands kan Martin zich goed uitdrukken. Zijn taalvaardigheid nam Martin mee naar school; aan het ROC Mondriaan behaalde hij verschillende diploma’s. “Met een vriend startte ik in 2005 een schoonmaakbedrijf. Dat ging hartstikke goed, we hadden veel grote klanten. We maakten kantoren en verschillende kledingwinkels in het centrum van Den Haag schoon”. Na een paar jaar moest Martin de deuren van het schoonmaakbedrijf sluiten. Zijn verblijfsvergunning liet en laat niet toe dat hij werkt, ook niet als zelfstandig ondernemer.

De ‘vrije tijd’ doodt Martin met een oude gewoonte; hij bezoekt vaak de bibliotheek en bereidt zich voor op het moment dat hij mag werken. “Ik schrijf projectplannen voor organisaties in het buitenland, dat gaat allemaal via internet. Ook heb ik in het kader van de krachtwijken het project ‘Welkom in Congo’ georganiseerd waarmee ik op een laagdrempelige manier mensen wilde laten kennismaken met mijn cultuur. Een ander project ging over vooroordelen”.

Die ervaringen neemt Martin mee naar de toekomst. Want, al zijn er dagen dat hij moedeloos door Moerwijk sjokt, houdt hij hoop. “Het doel was om naar de universiteit te gaan en professor te worden, maar dingen zijn anders gelopen… Nu werk ik toe naar het moment dat de IND, hopelijk, besluit dat ik hier mag blijven en kan werken. Ik wil een adviesbureau beginnen voor organisaties die in Afrika projecten willen doen. Dan kan ik zelf voor mijn vierjarige dochtertje Bea zorgen die bij haar moeder in Brussel woont”.

‘Om het grote probleem op te lossen, zou er meer aandacht moeten zijn voor individuele problemen’

Aftellen

In februari 2016 hoort Martin of hij een permanente verblijfsvergunning krijgt. Hij telt de dagen af. “Congo had geen plekje meer voor me, maar doordat ik niet weet of ik mag blijven, leef ik elke dag met grote onzekerheid. Dat voelt helemaal niet veilig, eerder als gevangenschap. Op een bepaalde manier accepteer je dat. Het liefst blijf ik in Moerwijk. Het is weliswaar geen paradijs, maar ik voel me er inmiddels wel thuis. Daarbij geloof ik erin dat succes niet afhankelijk is van waar je woont, wel van wat je doet”.

Ondanks de problemen in Moerwijk zou Martin er dus graag blijven. “Er wordt veel gesproken over onveiligheid, maar voor mensen uit Afrika voelt Moerwijk heel veilig. Het lijkt wel één groot probleem, maar als je goed kijkt, zie je dat er veel verschillende oorzaken zijn voor de problemen in de wijk. Om die op te lossen, zou meer aandacht moeten zijn voor individuele problemen”.

Fotografie: Roos Koole