Interview met wethouder Martijn Balster en Maarten Boot in NRC

Den Haag Zuidwest Achterstandsregio’s krijgen geld van het Rijk. In het verarmde Den Haag Zuidwest, 70.000 inwoners, zijn werkloosheid, laaggeletterdheid en slechte gezondheid een probleem. Het NRC ging een dag op pad met wethouder Martijn Balster.

Op het eerste gezicht lijkt er weinig mis in Den Haag Zuidwest. Het is er groen. Het is er rustig. In het Zuiderpark wordt gepicknickt. Op het plein voor winkelcentrum Leyweg voert een man in scootmobiel de duiven. Op een kunstgrasbaan achter de Erasmusweg slaat een handvol kleine kinderen een bal over een tennisnet.

data58976711 c4f14f - Interview met wethouder Martijn Balster en Maarten Boot in NRC

De problemen in stadsdeel Zuidwest, met 70.000 inwoners even groot als gemeenten als Gouda en Vlaardingen, zijn niet zo zichtbaar. Maar ze zijn er wel: armoede, werkloosheid, laaggeletterdheid, slechte gezondheid. Vaak gepaard met eenzaamheid. Er wonen naast veel ouderen ook veel statushouders, arbeidsmigranten en ggz-patiënten. In sommige straten heeft 85 procent van de huishoudens een betalingsachterstand, in sommige wijken bestaat zo’n 70 procent van het woningaanbod uit sociale woningen.

Wethouder Martijn Balster (Wonen, Wijken en Welzijn, PvdA) wil het graag laten zien. Den Haag heeft 7,5 miljoen euro van het Rijk gekregen, als onderdeel van de ‘regiodeals’ die de afgelopen drie jaar werden gesloten om de leefbaarheid in gebieden te verbeteren. De gemeente heeft daar 10 miljoen euro aan toegevoegd. Als de verkoop van de aandelen in energiebedrijf Eneco rond is, komt daar nog wat bij.

„Een druppeltje”, erkent wethouder Balster. Voor hij deze woensdag door Zuidwest fietst – grofweg het gebied tussen treinstation Moerwijk en ijsbaan De Uithof – stuurt hij een grafiek met de achterstandsscores van Den Haag. De lijnen van de Schilderswijk en het Transvaalkwartier gaan tussen 1995 en 2017 naar beneden, de lijn van Moerwijk, de kern van Zuidwest, gaat juist omhoog. Hij zegt: „We hebben de wijk Moerwijk te lang aan haar lot overgelaten.”

Sneeuwbaleffect
De regiodeals klinken op papier vaak abstract en ambtelijk. Leefbaarheid, veerkracht en vitaliteit zijn de steekwoorden, geld moet als „katalysator van economische vooruitgang” fungeren. Overheden, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen en bedrijven moeten samen „een opgave aangaan, en „transitie faciliteren”.

In het gebouw van wijkorganisatie Allekanten, in een voormalige kinderopvang, onder een systeemplafond met oude lekkagevlekken en stoelen met vale bekleding, vertelt maatschappelijk ondernemer Luc Manders enthousiast over het begin van een oplossing.

Bij Allekanten is de regiodeal een naailes, vertelt Manders. En een snuffelmarkt. Een lokaal met tweedehandscomputers. De tuin die door een Syrische statushouder wordt geschoffeld. Speciaal voor de komst van de wethouder heeft hij bloemen geplant.

Manders zegt: „Als je te lang in de bijstand zit, gaat je oogopslag naar beneden. Het enige dat wij doen, is zeggen: ‘Fijn dat je er bent. Wat ga je doen?’ We zijn geen theehuis. Als je hier komt, is de voorwaarde dat je iets terugdoet voor een ander. En dan vragen we: ‘Kom je morgen weer?’”

data58976442 c590d5 - Interview met wethouder Martijn Balster en Maarten Boot in NRC
Haagse wethouder Martijn Balster op werkbezoek in stadsdeel Zuidwest.Foto David van Dam

Natuurlijk is er een concreet doel: duizend inwoners moeten elkaar via Allekanten dit jaar leren kennen om zo eenzaamheid tegen te gaan, tweehonderd moeten een taaltraject volgen en vijftig moeten richting werk geholpen worden, zodat zij deel kunnen nemen aan de samenleving.

Het gaat allemaal via een sneeuwbaleffect, vertelt Manders. Zo was er Hagenees Joop, van tachtig, die een snuffelmarkt wilde houden. „Daar kwamen Somaliërs op af, die weer Syriërs kennen. Nu wordt er samen een eitje gebakken op zaterdag.”

Er is geen geld voor professionele trainers, op drie man na is iedereen vrijwilliger. „Iemand die naast je staat, kan al helpen”, zegt Manders. De naailes is ook conversatieles. Net als het wandelen door de buurt, dat ook beweging is, én wat de meesten met een prikker in de hand doen. „Mensen pleuren hier letterlijk dingen over de reling van de flat. Iedereen die hier komt, leren we over afvalscheiding.”

Bij Allekanten willen ze mensen weer trots laten zijn op hun buurt. Zoals zestig jaar geleden, toen Moerwijk en de wijken Vrederust, Morgenstond en Bouwlust juist de plekken in Den Haag waren waar jonge gezinnen met aspiraties kwamen wonen. „Bakens van hoop”, omschrijft wethouder Balster de wijken van toen.

Maar gezinnen trokken weg, eerst naar Zoetermeer, daarna naar de Haagse vinexwijken als Wateringse Veld. Vrijgekomen huizen gingen naar bewoners uit de Schilderswijk, die begin jaren tachtig werd gerenoveerd, vervolgens naar arbeidsmigranten die werkten in de kassen in het nabijgelegen Westland. Flats verpauperden doordat opknapbeurten niet doorgingen tijdens de financiële crisis en door de grote problemen bij woningcorporatie Vestia. „Er werden jarenlang grote beloftes aan het stadsdeel gedaan, maar er gebeurde weinig. Alle hoop verdween”, zegt Balster.

Zijn doel is bescheiden: zorgen dat iedereen „lekker in zijn velletje” komt te zitten. Of zoals het door het Haagse college officieel wordt omschreven: „Essentieel is dat bewoners van Den Haag Zuidwest meer eigenwaarde, zelfvertrouwen en veerkracht krijgen, dat ouders goede opvoeders zijn en bewoners goede buren zijn voor elkaar.” Het stadsdeel moet worden „opgestuwd in de richting van” het gemiddelde van Den Haag.

Brandbrief
Twee jaar geleden schreef René Baron een brandbrief aan het college over Zuidwest. Hij was de stadsdeeldirecteur en is nu belast met de uitvoering van de regiodeal. Hij schreef: „Als we niet uitkijken, voltrekt zich onder onze ogen een sociologische ramp: het uiteenvallen van onze samenleving.”

Baron zegt: „Ze waren niet blij dat een ambtenaar dat zei. Maar we hebben het hier wel over 70.000 mensen.” Nu is er „bestuurlijke focus”. Niet alleen het college, maar ook de hele Haagse gemeenteraad is overtuigd dat de aandacht de komende jaren naar Zuidwest moet.

„De sleutel” is volgens Baron een meer gemêleerde bevolkingssamenstelling. Tienduizend extra woningen – vooral betaalbare huur naast sociale woningbouw en koop – moeten daarvoor zorgen, net als een nu nog ontbrekende havo-vwo-school.

Balsters collega-wethouder voor Stadsontwikkeling sprak met woningcorporaties af bestaande woningen te renoveren of te slopen en er nieuwbouw voor in de plaats te zetten. Balster zegt: „Die fysieke investeringen moeten ook, dat is een voorwaarde. Maar de sociaal-maatschappelijke kant is net zo belangrijk.”

Balkonsessies
Achter de sporthal van korfbalvereniging HKV/Ons Eibernest, moet buurtsportcoach Maarten Boot voor het ‘gezonde’ element van de regiodeal zorgen. Boot heeft het liever niet over sport: „Bewegen is hier al belangrijk genoeg.”

Zuidwest heeft de meeste sportaccommodaties van Den Haag, met in het Zuiderpark atletiekbanen en een zwembad. Er zijn voetbalvelden, in buurthuizen zijn studenten van de Haagse Hogeschool aanwezig die dagelijks beweeglessen geven, en bij deze korfbalvereniging ligt ook een beachvolleybalveld en een nog te openen Cruijff Court. Maar Zuidwest heeft ook de minst actieve bewoners van heel Den Haag.

Boot zoekt ze thuis op, vaak na een doorverwijzing van de huisarts, en probeert ze bijvoorbeeld „één tramhalte eerder” uit te laten stappen. Nu corona veel mensen thuishoudt, geeft hij balkonsessies. Hij wijst naar de vier hoge flats rondom de sportvelden. Met een megafoon en opzwepende muziek probeerde hij de bewoners vanaf hun balkon aan te zetten tot armzwaaien en bukken.

Het moet laagdrempelig zijn, zegt hij. Mensen moeten niet alleen bewegen, ze moeten het ook leuk vinden en volhouden. Van de driehonderd bewoners die hij en andere coaches benaderden, is de helft na een half jaar nog actief.

Het zijn kleine stapjes. Wethouder Balster heeft ook geen illusies over de snelheid waarmee Zuidwest kan opkrabbelen. Hij zegt: „Als we dit goed willen krijgen, hebben we tien, twintig jaar nodig.”

Bron: NRC.nl

The post Interview met wethouder Martijn Balster en Maarten Boot in NRC appeared first on Moerwijk Coöperatie.

2016 – De stadsdeeldirecteur

Achter het Zuiderpark wonen ook mensen!

Moerwijk heeft het de laatste jaren flink voor de kiezen gekregen. Stadsdeeldirecteur René Baron is dan ook blij dat het tij zich zichtbaar keert, maar weet dat er nog genoeg werk aan de winkel is om het perspectief van de wijk definitief te veranderen. “We moeten anders naar de wijk gaan kijken”, stelt hij.

Voorbijgangers zullen vreemd hebben opgekeken toen ze drie volwassen mannen in de indianentuin bij de Zijpendal-straat zagen. Maar René had er zo zijn bedoelingen mee om juist daar voor een interview af te spreken. De plek staat immers symbool voor de toekomst van Moerwijk. Zo worden er door de Wijk-ontwikkelingsmaatschappij Den Haag Zuidwest nieuwe woningen gebouwd en ligt de speelplaats op steenworp afstand van het Heeswijkplein, dat in samenwerking met bewoners opnieuw wordt ingericht. Bovenal is de indianentuin een plek waar de kinderen van Moerwijk onbezorgd, veilig moeten kunnen spelen terwijl ze hun fantasie de vrije loop laten. René: “We willen wie hier opgroeit vasthouden en ervoor zorgen dat ze hier kunnen blijven wonen. Daarvoor zijn meer nieuwe, goede woningen nodig. Juist voor Zuidwest, met Moerwijk, zien we dat de woningvoorraad niet best is”. Op dat vlak valt nog veel terrein te winnen. Door de financiële problemen van Vestia en de beperkingen die de nieuwe Woningwet
de corporaties (ook Haag Wonen en Staedion) oplegt, is de ontwikkeling van Moerwijk immers behoorlijk in het slop geraakt. Inmiddels zijn de corporaties en andere bouwpartijen echter aan de beterende hand en verwacht René dat er meer nieuwbouw en grondige renovatie van woningen komt. “Naast sociale huur zijn koopwoningen en wat duurdere huurwoningen nodig. Dat voorkomt dat Moerwijk eentonig blijft. Voor een wijk is het belangrijk dat er voor ieder wat wils is: diversiteit zorgt voor dynamiek. Het moet dan wel ‘substantieel’ zijn, dus niet een paar losse huizen. Neem bijvoorbeeld het Erasmuspark bij de Leyweg, waar 600 woningen zijn gebouwd en er een heel leuk en krachtig buurtje is ontstaan”.

‘Moerwijk heeft een eigen treinstation en ligt tussen twee prachtige groengebieden’

Afgezien van nieuwe woningen wil René ook andere ‘uitdagingen’, zoals armoede, werkloosheid, overlast en (on)gezondheid aanpakken. Simpel zal dat niet zijn, maar kansen zijn er tegenwoordig meer dan ooit. Dat komt mede doordat ‘de politiek’ meer oog en gevoel heeft gekregen voor de wijken van Escamp. “Van oudsher zijn bij stads-vernieuwing eerst de wijken in de gordel rond het centrum, zoals de Schilderswijk, aan de beurt geweest. Moerwijk, eigenlijk heel Zuidwest, is daardoor op relatieve achterstand komen te staan. Ik heb me er hard voor gemaakt dat achter het Zuiderpark ook mensen wonen, dat daar zelfs een hele stad ligt, en wil de achterstand die er is gaan inlopen”.

Knoeperds

René denkt dat het helpt om op een andere manier naar de wijk te gaan kijken. “Moerwijk heeft een eigen treinstation en ligt tussen twee prachtige groengebieden, Overvoorde en het Zuiderpark. Ook is het centrum relatief dichtbij. Verder krijgen we straks een knoeperd van een bedrijf in het Zuiderpark: de nieuwe Sportcampus met 1.600 studenten. Ik zou het dood-zonde vinden als Moerwijk daar, als aangrenzende wijk, niet van profiteert”. Vanuit het stadsdeel zijn ambtenaren daarom bezig ervoor te zorgen dat de ‘knoeperd’ Moerwijkers direct wat oplevert. Dat is volgens René meer dan werkgelegenheid. “Het zou mooi zijn als bedrijven die worden ingehuurd, voor schoonmaak en beveiliging, bewust mensen uit Moerwijk aannemen, de zogeheten ‘social return’. Ook leveren al die studenten nieuwe mogelijkheden op; misschien moeten hun fietsen wel worden opgeknapt. Dat kunnen ze vaak zelf niet. Dat zie ik ook bij mijn eigen jongens; die vragen het aan pa…”.

De sportstudenten heet René van harte welkom; ze hebben Moerwijk immers ‘iets extra’s te bieden’. Tussen de 100 en 200 studenten zullen in de wijk gaan wonen, mogelijk in
de buurt van de Jan Luyken-laan. Daarmee worden dan twee vliegen in één klap geslagen: door faciliteiten te bieden die passen bij de nieuwe bewoners kan de overlast die daar is worden teruggedrongen. De Stationsbuurt ziet René als hét voorbeeld van hoe dat ‘werkt’. “Dat was 20 jaar geleden nog echt een gribus, maar doordat er is ingezet op studenten is de wijk helemaal tot bloei gekomen, met koffietentjes en winkeltjes die voor een goede sfeer zorgen. Natuurlijk zal Moerwijk nooit een chique wijk zijn, zoals het Statenkwartier, maar als het een beetje meer zoals de Stationsbuurt wordt, kunnen we heel tevreden zijn”.

‘Ik zou het doodzonde vinden als Moerwijk niet van de Sportcampus profiteert’

Renee Baron 1 - 2016 - De stadsdeeldirecteur